Een goede solvabiliteit ligt voor de meeste bedrijven tussen de 25% en 40%. Dat is de norm die breed wordt gehanteerd, al verschilt het per sector hoeveel eigen vermogen een bedrijf echt nodig heeft. Zit je onder de 25%? Dan kan dat een signaal zijn dat je bedrijf te sterk leunt op vreemd vermogen. Zit je boven de 40%? Dan ben je financieel stabiel, maar mogelijk niet optimaal gefinancierd.
Solvabiliteit geeft aan welk deel van je bezittingen is gefinancierd met eigen vermogen. Hoe hoger dat percentage, hoe minder afhankelijk je bent van schulden en hoe beter je bestand bent tegen financiële tegenslagen. Hieronder lees je precies wat de grenswaarden betekenen, hoe sectoren van elkaar verschillen en wat je kunt doen als je solvabiliteit te laag is.
Wat is een goede solvabiliteit per sector?
Een solvabiliteit van 25% tot 40% wordt algemeen als gezond gezien, maar dat gemiddelde vertelt niet het hele verhaal. Sommige sectoren werken van nature met meer vreemd vermogen dan andere. Een bank of vastgoedbedrijf heeft structureel een lagere solvabiliteit dan een productiebedrijf of consultancybureau. Het is daarom slim om je cijfer te vergelijken met bedrijven in dezelfde branche, niet met een algemene norm.
- Handel en retail: Een solvabiliteit van 20% tot 30% is hier vaak normaal. Voorraden worden deels gefinancierd met leverancierskrediet, wat de verhouding drukt.
- Productie en industrie: Hier geldt 30% tot 40% als een gezonde bandbreedte. Er is vaak veel kapitaal nodig voor machines en installaties.
- Dienstverlening en advies: Deze bedrijven hebben weinig schulden en kunnen vaak makkelijk een solvabiliteit van 40% of meer bereiken.
- Vastgoed: Door de hoge hypotheekschulden is 10% tot 20% hier al gebruikelijk en niet per definitie zorgwekkend.
- Bouw: Een solvabiliteit van 20% tot 35% is gangbaar, afhankelijk van de omvang van de projecten en de financieringsstructuur.
Zo bereken je je solvabiliteit
De meest gebruikte formule is simpel: deel het eigen vermogen door het totale vermogen (eigen vermogen plus vreemd vermogen), en vermenigvuldig dat met 100. Dat geeft je het percentage.
Formule: (Eigen vermogen / Totaal vermogen) x 100 = solvabiliteit in %
Stel: je bedrijf heeft een eigen vermogen van 150.000 euro en een totaal vermogen van 500.000 euro. Dan is je solvabiliteit (150.000 / 500.000) x 100 = 30%. Dat valt binnen de gezonde bandbreedte voor de meeste sectoren.
Soms zie je ook een variant waarbij het eigen vermogen wordt gedeeld door alleen het vreemd vermogen. Die uitkomst is dan een ratio in plaats van een percentage, maar de meest gangbare definitie gebruikt het totale vermogen als noemer.
Wanneer is je solvabiliteit te laag?
Zit je onder de 20% tot 25%? Dan kijken banken en investeerders kritisch. Een lage solvabiliteit betekent dat het grootste deel van je bezittingen is gefinancierd met schuld. Als omzet tegenvalt of rente stijgt, kan dat snel problemen geven. Banken stellen bij zakelijke leningen vaak een minimumeis aan de solvabiliteit, soms expliciet vastgelegd als covenant in de leningovereenkomst.
Een solvabiliteit onder de 10% wordt in vrijwel elke sector als riskant beschouwd. In dat geval is er weinig buffer als de business tegenzit.
Kan je solvabiliteit ook te hoog zijn?
Ja, en dat wordt vaak over het hoofd gezien. Een solvabiliteit van 70% of 80% betekent dat je nauwelijks gebruik maakt van goedkoop vreemd vermogen. Geld dat als eigen vermogen in het bedrijf zit en niet rendeert, kost ook iets: het had elders ingezet kunnen worden. Vanuit financieringstheorie is een te hoge solvabiliteit niet altijd efficiënt. Of dat voor jouw situatie geldt, hangt af van je groeistrategie en risicobereidheid.
Wat kun je doen als je solvabiliteit te laag is?
Er zijn een paar concrete routes om de solvabiliteit te verbeteren. De meest voor de hand liggende is winst inhouden in plaats van volledig uitkeren. Daarmee groeit het eigen vermogen geleidelijk. Een andere optie is een kapitaalinjectie: geld van een aandeelhouder of nieuwe investeerder dat als eigen vermogen wordt ingebracht. Omgekeerd kun je ook vreemd vermogen afbouwen door leningen versneld af te lossen, als de kasstromen dat toelaten. Tot slot helpt het soms om activa te verkopen die weinig opleveren maar wel schulden dragen.
De juiste aanpak hangt sterk af van de reden waarom de solvabiliteit laag is: structurele verliezen vragen een andere oplossing dan een tijdelijk hoge investeringslast.
Kortom: een solvabiliteit van 25% tot 40% is in de meeste gevallen het streven, maar toets dat altijd aan de normen in jouw sector. Vergelijk je cijfer met branchegenoten en let op wat banken of investeerders minimaal verwachten voordat je conclusies trekt over hoe gezond je financiële positie echt is.