De EV/EBITDA-ratio vertelt je hoeveel keer de bedrijfswinst (vóór rente, belasting en afschrijvingen) een bedrijf waard is, inclusief zijn schulden. Een ratio van 8 betekent dan ook: beleggers betalen 8 euro voor elke euro aan EBITDA. Dit getal is een van de meest gebruikte maatstaven om te beoordelen of een aandeel goedkoop of duur is ten opzichte van vergelijkbare bedrijven.
Wat de EV/EBITDA-ratio nuttig maakt, is dat hij verder kijkt dan alleen de beurskoers. Hij neemt ook schulden en kasreserves mee, zodat je bedrijven met heel verschillende financiële structuren toch eerlijk met elkaar kunt vergelijken.
Hoe bereken je de EV/EBITDA?
De berekening bestaat uit twee onderdelen. Eerst bereken je de Enterprise Value (EV), daarna deel je die door de EBITDA.
Enterprise Value (EV) = marktkapitalisatie + totale schuld – liquide middelen (en kasequivalenten)
EBITDA = winst vóór rente, belasting, afschrijvingen op activa en afschrijvingen op immateriële activa
Vervolgens: EV/EBITDA = EV gedeeld door EBITDA
Een concreet voorbeeld: stel dat een bedrijf een beurswaarde heeft van 500 miljoen euro, 100 miljoen euro aan schulden en 50 miljoen euro aan kas. De EV is dan 550 miljoen euro. Als de EBITDA 55 miljoen euro bedraagt, komt de ratio uit op 10. Het bedrijf wordt gewaardeerd op 10 keer zijn bedrijfswinst.
Wat is een goede EV/EBITDA-waarde?
Er is geen universeel “goed” getal, want wat normaal is verschilt sterk per sector. Als globale richtlijn geldt dat een ratio onder de 10 vaak als relatief laag (en dus potentieel goedkoop) wordt beschouwd, terwijl ratios boven de 15 à 20 eerder wijzen op een groeibedrijf waarvoor beleggers een premie betalen.
| Sector | Typische EV/EBITDA-bandbreedte |
|---|---|
| Nutsbedrijven | 6 tot 10 |
| Industrie en productie | 8 tot 12 |
| Retail | 7 tot 12 |
| Technologie (groei) | 15 tot 30+ |
| Olie en gas | 4 tot 8 |
Vergelijk de ratio altijd met sectorgenoten. Een EV/EBITDA van 12 voor een techbedrijf kan laag zijn, terwijl datzelfde getal voor een energiebedrijf al aan de hoge kant is.
Waarom EV/EBITDA beter werkt dan alleen de koers-winstverhouding
De bekendere koers-winstverhouding (P/E) kijkt alleen naar de nettowinst en de aandelenkoers. Dat heeft een probleem: twee identieke bedrijven met dezelfde operationele winst kunnen een heel andere nettowinst laten zien, puur door verschillen in schulden en de bijbehorende rentelasten. De EV/EBITDA lost dat op door schulden direct mee te nemen in de teller (via de EV) en rente buiten de noemer te houden (via de EBITDA).
Dat maakt de ratio bijzonder handig bij overnames. Een koper neemt immers de schulden van het doelwit mee over. Door te rekenen met EV in plaats van marktkapitalisatie, zie je in één oogopslag de werkelijke overnameprijs.
Ook bij bedrijven met hoge afschrijvingen, zoals telecombedrijven of productiebedrijven met veel machines, geeft EBITDA een realistischer beeld van de kasstroom dan de nettowinst. Afschrijvingen zijn boekhoudkundige kosten, geen echte kasuitstroom.
De valkuilen van EV/EBITDA
De ratio heeft ook duidelijke beperkingen. EBITDA houdt geen rekening met investeringen die nodig zijn om het bedrijf draaiende te houden (de zogenoemde capex). Een fabriek die jaarlijks tientallen miljoenen investeert in nieuwe machines, heeft een veel lagere vrije kasstroom dan de EBITDA suggereert. Voor kapitaalintensieve bedrijven kun je beter ook kijken naar EV/EBIT of EV gedeeld door de vrije kasstroom.
Verder kan de ratio gemanipuleerd worden door creatief boekhouden. Bedrijven kunnen eenmalige kosten buiten de EBITDA houden om de ratio gunstiger te laten zien. Controleer daarom altijd of de gehanteerde EBITDA-definitie realistisch is.
Tot slot werkt EV/EBITDA slecht voor banken en verzekeraars. Die hebben een heel andere balansstructuur waarbij schulden (depositotegoeden) onderdeel zijn van het businessmodel, niet iets wat je simpelweg bij de marktwaarde optelt.
EV/EBITDA in de praktijk gebruiken
Gebruik de ratio altijd in combinatie met andere maatstaven. Een nuttige aanpak:
- Vergelijk de EV/EBITDA met het sectorgemiddelde en met directe concurrenten, niet met de hele markt.
- Kijk of de ratio lager is dan het historisch gemiddelde van het bedrijf zelf. Een tijdelijke dip kan een koopkans zijn.
- Controleer de kwaliteit van de EBITDA: zijn er veel eenmalige posten buiten gelaten?
- Combineer met de vrije kasstroom om te zien of de EBITDA daadwerkelijk in geld wordt omgezet.
- Let op de schuldenlast: een lage EV/EBITDA kan ook betekenen dat een bedrijf veel schulden draagt, niet dat het goedkoop is.
De EV/EBITDA-ratio is een krachtig vertrekpunt voor waardering, maar geen eindoordeel op zichzelf. Wie hem slim combineert met sectorkennis, vrije kasstroom en een kritische blik op de balans, heeft een betrouwbaar instrument in handen om overgewaardeerde en ondergewaardeerde bedrijven van elkaar te onderscheiden.