De vrije kasstroom berekenen doe je door de kapitaaluitgaven (investeringen in vaste activa) af te trekken van de operationele kasstroom. Het resultaat laat zien hoeveel geld een bedrijf echt overhoudt na alle kosten en investeringen, en dus vrij kan besteden aan dividend, schuldaflossing of groei. Dat maakt het een van de meest concrete maatstaven om de financiële gezondheid van een onderneming te beoordelen.
De basisformule voor vrije kasstroom
De meest gebruikte formule is:
Vrije kasstroom = operationele kasstroom – kapitaaluitgaven (capex)
De operationele kasstroom vind je in het kasstroomoverzicht van de jaarrekening. Het is de kasstroom die een bedrijf genereert puur uit zijn gewone bedrijfsactiviteiten, dus exclusief financiering en investeringen. De kapitaaluitgaven zijn de bedragen die het bedrijf uitgeeft aan machines, gebouwen, apparatuur en andere vaste activa om de bedrijfsvoering op peil te houden of uit te breiden.
Een eenvoudig voorbeeld: stel dat een bedrijf een operationele kasstroom heeft van 500.000 euro en 150.000 euro investeert in nieuwe machines. Dan is de vrije kasstroom 350.000 euro. Dat is het bedrag dat vrij beschikbaar is.
Vrije kasstroom berekenen vanuit de nettowinst
Heb je geen kasstroomoverzicht bij de hand, dan kun je de vrije kasstroom ook benaderen vanuit de nettowinst. Je volgt dan deze stappen:
- Begin met de nettowinst (winst na belasting).
- Tel de afschrijvingen en amortisatie terug op, want dat zijn boekhoudkundige kosten zonder daadwerkelijke kasuitstroom.
- Corrigeer voor veranderingen in werkkapitaal: als debiteuren stijgen of voorraden toenemen, vraagt dat extra geld en gaat de kasstroom omlaag. Als crediteuren stijgen, houd je juist meer geld over.
- Trek de kapitaaluitgaven af.
De formule ziet er dan zo uit:
Vrije kasstroom = nettowinst + afschrijvingen – verandering in werkkapitaal – kapitaaluitgaven
Dit is een iets indirectere route, maar geeft hetzelfde resultaat als je alle posten correct meeneemt.
Rekenvoorbeeld met concrete cijfers
| Post | Bedrag (euro) |
|---|---|
| Nettowinst | 200.000 |
| Afschrijvingen | + 80.000 |
| Stijging debiteuren (werkkapitaal) | – 30.000 |
| Kapitaaluitgaven | – 120.000 |
| Vrije kasstroom | 130.000 |
In dit voorbeeld houdt het bedrijf 130.000 euro over als vrije kasstroom. Dat geld kan worden gebruikt voor aflossing van leningen, uitkering van dividend of het aanleggen van een buffer.
Wat zegt een negatieve vrije kasstroom?
Een negatieve vrije kasstroom betekent niet automatisch dat het slecht gaat met een bedrijf. Snelgroeiende bedrijven investeren vaak zwaar in uitbreiding, waardoor de kapitaaluitgaven tijdelijk hoog zijn en de vrije kasstroom negatief uitvalt. Denk aan een bedrijf dat een nieuwe fabriek bouwt of snel nieuwe vestigingen opent. Als de operationele kasstroom zelf sterk groeit, is een tijdelijk negatieve vrije kasstroom geen alarmsignaal.
Is de vrije kasstroom structureel negatief terwijl ook de operationele kasstroom achterblijft, dan is dat een ander verhaal. Dan geeft het bedrijf meer uit dan het binnenbrengt, en is externe financiering nodig om het hoofd boven water te houden.
Vrije kasstroom als basis voor bedrijfswaardering
Naast het beoordelen van de financiële positie gebruik je de vrije kasstroom ook als vertrekpunt bij het berekenen van de waarde van een onderneming. Bij de DCF-methode (discounted cash flow) wordt de verwachte vrije kasstroom van de komende jaren teruggerekend naar de huidige waarde. Hoe hoger en stabieler de vrije kasstroom, hoe hoger de bedrijfswaarde uitvalt. Dat is ook de reden waarom investeerders en analisten zo veel nadruk leggen op deze maatstaf: winst kun je boekhoudkundig beïnvloeden, kasstroom is een stuk moeilijker te faken.
Veelgemaakte fouten bij het berekenen
Een veelgemaakte fout is het verwarren van operationele kasstroom met nettoresultaat. Winst is geen kasstroom: een bedrijf kan winstgevend zijn op papier en toch krap bij kas zitten, bijvoorbeeld door hoge uitstaande vorderingen. Neem altijd het kasstroomoverzicht als startpunt en niet de resultatenrekening.
Een tweede valkuil is het vergeten van onderhoudsinvesteringen. Sommige bedrijven tellen alle kapitaaluitgaven mee, anderen maken onderscheid tussen onderhoud (noodzakelijk om op niveau te blijven) en groei-investeringen. Voor een eerlijk beeld van de “echte” vrije kasstroom neem je in ieder geval de onderhoudsinvesteringen altijd mee.
De vrije kasstroom berekenen is geen ingewikkelde berekening, maar vraagt wel om de juiste uitgangspunten. Gebruik het kasstroomoverzicht als basis, wees consequent in wat je meerekent als kapitaaluitgave, en bekijk de uitkomst altijd in de context van de groeifase en sector waarin het bedrijf opereert.