De liquiditeit van een bedrijf laat zien of je op korte termijn aan je betalingsverplichtingen kunt voldoen. Simpel gezegd: heb je genoeg geld beschikbaar om je rekeningen te betalen als ze komen? Is dat het geval, dan is je onderneming liquide. Zo niet, dan loop je het risico op betalingsproblemen, ook al draait je bedrijf verder prima.
Liquiditeit is daarmee iets anders dan winstgevendheid. Een bedrijf kan op papier winst maken, maar toch in de problemen komen als het geld op het verkeerde moment vastzit in voorraad, debiteuren of investeringen. Dat maakt liquiditeitsbeheer voor veel ondernemers net zo belangrijk als het bewaken van de marge.
Wat bepaalt de liquiditeit van een bedrijf?
Liquiditeit gaat over de verhouding tussen wat je bezit en wat je op korte termijn moet betalen. De vlottende activa van je bedrijf spelen hierin de hoofdrol: dat zijn bezittingen die je snel kunt omzetten in geld. Denk aan je banksaldo, openstaande facturen van klanten (debiteuren) en voorraad. Daar tegenover staan je kortlopende schulden: leveranciers die je nog moet betalen, belastingaanslagen, leningen met een korte looptijd.
De balans tussen die twee kanten bepaalt hoe liquide je bent. Als je vlottende activa ruim hoger zijn dan je kortlopende schulden, is er weinig aan de hand. Maar als je veel geld hebt uitstaan bij klanten die laat betalen, of als je veel voorraad hebt liggen, kan de liquiditeit onder druk staan terwijl je administratief gezien gezond lijkt.
De drie liquiditeitsratio’s uitgelegd
Om de liquiditeit van een bedrijf te meten, gebruik je financiële kengetallen. Er zijn drie gangbare ratio’s, elk met een andere mate van strengheid.
- Current ratio: vlottende activa gedeeld door kortlopende schulden. Dit is de meest gebruikte maatstaf. Een uitkomst van 1,5 of hoger geldt voor de meeste sectoren als gezond. Onder de 1,0 betekent dat je kortlopende schulden groter zijn dan je vlottende activa.
- Quick ratio (ook wel acid test): hetzelfde als de current ratio, maar dan zonder de voorraad. Voorraad is namelijk niet altijd snel in geld om te zetten. Een quick ratio van minimaal 1,0 wordt als veilig beschouwd.
- Cash ratio: alleen je direct beschikbare geld (banksaldo en kasgeld) gedeeld door de kortlopende schulden. Dit is de strengste maatstaf. Een uitkomst van 0,5 of hoger is in de meeste gevallen acceptabel.
Rekenvoorbeeld: liquiditeit berekenen
Stel, jouw bedrijf heeft de volgende cijfers op de balans:
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Banksaldo | € 20.000 |
| Debiteuren (openstaande facturen) | € 40.000 |
| Voorraad | € 15.000 |
| Kortlopende schulden | € 45.000 |
Dan reken je als volgt:
- Current ratio: (20.000 + 40.000 + 15.000) / 45.000 = 1,67 (gezond)
- Quick ratio: (20.000 + 40.000) / 45.000 = 1,33 (gezond)
- Cash ratio: 20.000 / 45.000 = 0,44 (aan de lage kant, maar niet direct alarmerend)
Uit deze cijfers blijkt dat het bedrijf er op het oog goed voorstaat, maar dat de directe kaspositie relatief beperkt is. Als een grote klant een factuur te laat betaalt, kan dat snel knellen.
Veelgemaakte fouten die de liquiditeit onder druk zetten
Veel bedrijven lopen niet vast door slechte verkopen, maar door timing. Je stuurt een factuur van € 30.000, maar de klant betaalt pas na 60 dagen. Ondertussen moet jij je leverancier al na 30 dagen betalen. Dat gat van 30 dagen kost je liquiditeit, ook al is de deal op zich winstgevend.
Een tweede veelvoorkomende situatie is te snel groeien. Bij sterke groei heb je meer werkkapitaal nodig: meer voorraad, meer debiteuren, grotere inkopen. Als dat niet meegefinancierd wordt, kan groei paradoxaal genoeg leiden tot cashproblemen.
Ook seizoensgebonden bedrijven lopen regelmatig tegen liquiditeitsproblemen aan. In rustige periodes lopen de kosten gewoon door, terwijl de inkomsten achterblijven. Wie dat niet van tevoren incalculeert, raakt op het verkeerde moment door zijn buffer heen.
Hoe verbeter je de liquiditeit van je bedrijf?
Er zijn meerdere manieren om de liquiditeitspositie van je bedrijf te versterken, afhankelijk van waar het probleem zit.
- Stuur sneller facturen en zet kortere betalingstermijnen in je voorwaarden. Hoe sneller geld binnenkomt, hoe beter.
- Volg openstaande facturen actief op. Veel bedrijven laten geld te lang liggen bij klanten, simpelweg doordat niemand een herinnering stuurt.
- Onderhandel over langere betalingstermijnen bij leveranciers. Als je zelf 60 dagen krijgt en je klanten 30 dagen geven, verbetert dat je cashflow structureel.
- Beperk de voorraadhoogte. Elke euro die in de schappen ligt, is een euro die niet op de rekening staat.
- Zorg voor een kredietfaciliteit als buffer. Een zakelijk rekening-courantkrediet of een doorlopend krediet biedt lucht in magere periodes, zonder dat je elke keer opnieuw moet regelen.
Wanneer is je liquiditeit echt een probleem?
Een liquiditeitsprobleem is niet hetzelfde als een incidenteel kassatekort. Het wordt serieus als je structureel niet op tijd kunt betalen, als leveranciers hun leveringen opschorten, of als de Belastingdienst aanmaningen stuurt. In dat stadium is ingrijpen urgent en is externe financiering of begeleiding door een accountant of financieel adviseur bijna altijd verstandig.
Het is ook een signaal om de businesscase opnieuw te bekijken. Soms is de kern van het probleem niet de cashflow, maar een verdienmodel dat te weinig marge genereert om het werkkapitaal op peil te houden.
De liquiditeit van je bedrijf monitoren hoeft niet ingewikkeld te zijn. Houd je bankrekening en openstaande facturen wekelijks bij, bereken je current ratio elk kwartaal, en zet op tijd stappen als de ruimte krimpt. Voorkomen is daarin vrijwel altijd goedkoper dan oplossen.